Wie ben ik?
Vroeger als kind deed ik soms een nogal eigenaardig spelletje: Ik sloot mijn ogen en begon in mezelf te herhalen: ik ben ik… ik ben ik… Ik had ontdekt dat als ik daar maar lang genoeg mee door ging en me op een bepaalde manier concentreerde, dat ik dan een vreemde kriebel in mijn buik kreeg. Alsof ik in mezelf naar beneden tuimelde. Dat vond ik grappig en daarom spoorde ik soms vriendjes of vriendinnetjes aan het ook te proberen. Grappig hè? zei ik dan, maar meestal reageerden ze niet zo enthousiast, vreemd genoeg.
Ik ben…ik… in dit lichaam… ik denk deze gedachten… ik heet Merel…dat is toch raar?….ik ben….hè? Ik ben… ik. Hè??
Ik realiseerde me terwijl ik zo bezig was dat ik niet alleen ik was, maar ook altijd ik zou blijven. Ik was er al toen ik nog een peuter was en ik zou er zijn als ik ooit een oma werd. En deze peuter-ik en oma-ik zouden precies dezelfde ik zijn. Ik zou nooit veranderen, niet als ik ouder werd en ook niet als de hele wereld zou veranderen. En het is waar. De ik die nu uit mijn ogen kijkt en die mijn gedachten denkt, is nog precies dezelfde als vroeger.
Waar ben ik?
Bijzonder is het toch dat een begrip als dit weer zoek kan raken te midden van nieuwe levenservaringen. Zoals een fietssleuteltje zoekraakt in een overvolle rommella. Tijdens mijn tienerjaren en ook daarna was ik het helemaal kwijt. Wie ben ik… wat doe ik hier…
Slechts heel af en toe, tijdens mijn meest heftige buien, was er ergens diep van binnen weer dat begrip: ik ben hier in het oog van de storm, ik ben altijd dezelfde en ik ben oké.
Ben ik hier?
Ik ging psychologie studeren, want ik was ervan overtuigd dat in onze mind alle mysteries van het leven verborgen liggen. Ik leerde over oorzaken of determinanten van gedrag, emoties en gedachten. Over de invloed van gebeurtenissen op het bewust- en onderbewustzijn. Ik bedacht dat de psychologie de mens probeert in kaart te brengen door hem op te delen in persoonlijkheidstrekken, capaciteiten, disposities en prestaties. Analyses en diagnoses waren in mijn ogen als netten waarin mensen gevangen werden. Ik voelde mezelf gevangen.
Na mijn studie werkte ik met kinderen in een hulpverleningssetting. Kinderen met diagnoses als ADHD, PDD NOS en ODD tegen wie ik wilde zeggen: er scheelt jou niets, jouw omgeving past je gewoon niet.
Of toch hier?
Ik maakte verre reizen en ook een hoop lol. Als ik dan toch niet wist wat ik hier deed kon ik het me maar beter naar de zin maken. Ik ging met baby’s werken, want ik herkende iets in hun ogen waar ik naar verlangde. Ik kreeg een zoon en langzaamaan begon me wat te dagen. Ik was iets kwijt geraakt. Had ik niet ergens in een overvolle rommella nog een fietssleuteltje liggen?
De rommella opruimen
Nu speel ik af en toe weer mijn oude spelletje ‘ ik ben ik’. Tegelijkertijd ga ik door mijn de rommella. Wijze mensen zeggen dat je de la beter helemaal kunt leegruimen. Des te meer je wegdoet, des te meer je zult hebben, zeggen ze. Maar dat is het ding met wijze mensen: je moet eigenlijk niet naar ze luisteren totdat je ten volste begrijpt wat ze zeggen.
Dus tot die tijd probeer ik zo min mogelijk nieuwe spullen te verzamelen en waardeer ik wat in de la ligt voor wat het is, namelijk dingen die van pas komen en die ik kan gebruiken. Pas als ze echt nutteloos zijn geworden gooi ik ze weg, eerder niet.
